Selecteer een pagina

Welke schoenmaat heb ik eigenlijk?

“Ik heb maat 38. Nee echt waar hoor, die passen me altijd goed.” 

Vaak krijg ik iets dergelijks te horen. Maar wanneer ik dan de voet opmeet en de schoenen controleer met mijn binnenschoenmeter, dan blijkt meestal dat de schoen te klein is.

voetlengtemeter

– voetlengtemeter –

Tijdens het opmeten van voeten maak ik gebruik van een voetlengtemeter. Deze geeft de lengte aan in centimeters maar ook welke (veronderstelde) schoenmaat. Die schoenmaat is voor mij alleen een indicatie. Die zegt namelijk verder helemaal niets. Dat komt omdat elk schoenenmerk gebruikt maakt van eigen (en dus verschillende) leesten en maataanduidingen. Ook kan doordat er met verschillende materialen gewerkt word, onderling verschil in maat ontstaan.

 

Binnenschoenmeter– binnenschoenmeter –

Dus wat doe ik? Ik neem die lengtemaat fysiek over op een binnenschoenmeter. Dat is een in lengte verstelbare stok. Die stok heeft dan dus exact de lengte van de voet. En niet onbelangrijk, aan één kant is die stok ongeveer even dik als een grote teen. Wanneer die stok dus in een schoen wordt gestoken, is direct zichtbaar of de schoen groot genoeg is. En… heel vaak moet ik m’n best doen om ‘m in de schoen te krijgen! Veel mensen lopen dus rond met te kleine schoenen aan. Als je daar maar lang genoeg aan went, dan lijkt dat prima voor elkaar. Helaas is dat juist de reden van veel voetproblemen die in een later stadium ontstaan.

 

Onlangs sprak ik nog een klant die vertelde hoe dat vroeger ging. Nieuwe klompen! En hoe wist zijn moeder welke schoenmaat hij had? Ze pakte een takje, brak deze precies op lengte van zijn voet af en paste deze in de net nieuw gemaakte klomp. “de klomp moet nog een klein beetje groter, klompenmaker, hij is nu net te klein. Ziet u maar!” Vroeger begrepen ze het dus al.

Welke schoenmaat is dan de juiste? Passen en meten. Hoe groot moeten ze dan wél zijn? Ongeveer een ruime centimeter langer dan de voet. (Bij kinderen zelfs anderhalve cm om de groei op te vangen.) Als je gewend was om met je tenen tegen de voorkant aan te lopen, dan voelt het nu vast alsof de schoen veel te groot is. Maar het is juist de bedoeling dat je tenen vrij te bewegen zijn in de schoen. Je voet in de schoen moet tijdens het lopen niet tegengehouden worden door je tenen maar door de wreef van je voet. Bovenop dus, precies, waar je veters zitten. En met die veters zorg je ervoor dat je voet op z’n plaats blijft zitten in de schoen. Geloof mij maar, dat loopt een stuk lekkerder!